Nadat zijn vader Aldigsl omkomt bij een aanval van de Franken, wordt Redbad verbannen omdat zijn oom Eibert hem daarvoor verantwoordelijk stelt. Hij wordt vastgebonden op een vlot en op open zee aan zijn lot overgelaten. In plaats van dat hij verdrinkt, spoelt hij aan bij de Deense kust. Hier wordt hij gevonden door een groep Vikingen en wordt langzaam één van hen. Als zijn nieuwe thuishaven wordt aangevallen door een groep Noordelingen, bewijst hij zijn kracht door mee te vechten en valt daarmee niet alleen in de gunste van koning Wiglek, maar ook bij diens dochter. Hij wordt verliefd, trouwt met haar en ze krijgen een kind. Toch is een rustig en gelukkig leven niet aan hem besteed als hij bij een terugkeer naar Dorestad ontdekt dat zijn zus is uitgehuwelijkt aan de zoon van de Frankische koning. Nadat hij getuige is van de zeer gewelddadige manier waarop de machtige Franken haar bekeren, zweert hij wraak.
