Blz. 97

Ze zeiden dat het goed was, dus wandelde ik vorige week 80 km door de regen. (Waarschijnlijk scheen de zon toen ik het bedacht had.) Hummend en neuriënd, hier en daar licht vloekend, sloeg ik de kilometers stuk. 

Tijdens het wandelen had ik een paar rouwopdrachten. Sommige gingen me goed af, sommige gingen maar moeizaam. Ik besloot dat dat niet erg was. Dat ik gewoon nog eens ga. 

Ik kwam mezelf tegen in een versie die ik herkende van vroeger, en dat beviel wel. Dus humde ik voort. Regen of niet. Alleen en ontmoetend. Niet leuk en leuk. Verrassend, verbazend- verdomd; ik beleefde weer wat, vond daar wat van, merkte dat m’n zintuigen werkten.

Vandaag ben ik twee dagen boos. De therapeut vraagt me hoe en wat. Ik kan het hem (en mezelf) prima uitleggen.

Boos op de realiteit. Op de enorme verantwoordelijkheid voor alles wat het ‘in je ééntje weduwen’ met zich meebrengt. Kopzorgen, zorgen, fucking eenzaamheid, stille pijn, rouw, verdriet zonder traan, nog een aantal zaken, het gevoel van maar moeizaam vooruit komen… Vooruit is wat ik wil: doe mij maar een etappe van A naar B! 

Ik pakte nog wat verlate(n) verhuisdozen uit. Confronterende shitspullen. Zag alles wat hier nog gebeuren moet en voelde een oneindigheid, houdt dit nooit op? Ik wil geen zooi, geen ballast meer. Ik wil een opgeruimde schuur en vooral een lichter en opgeruimder hoofd. 

Laat me verdomme los. En hou me verdomme vast.

In de krant lees ik over een ongeluk in de omgeving. In één klap vier jonge weduwes er bij. Zo staat het er niet maar zo lees ik het wel. Het bericht gaat over de mannen; ik denk aan hun vrouwen, het is verschrikkelijk voor ze, waarom? Denk ik kwaad.

Ik ben er helemaal klaar mee, met de dood, zeg ik boos tegen de therapeut. “Als ik naar je ogen kijk, zie ik wat anders”, antwoordt hij.

Het is stom dat kleine stappen vooruit, samenkomen met een paar kilometer over moeten doen. 

Ik weet het, ik moet er doorheen, het doorleven, doorvoelen, doormaken. Dit zal het begin zijn van de golven. Golven betekent, denk ik, een volgende fase: vlakheid maakt plaats voor beweging. Betekent dus: meer kans op vreugde. En ook: minstens zoveel kans op ervaren van pijn. Ik wil het en ik wil het niet.

Ik huil deze sessie een beetje vanwege moedeloosheid en lach een beetje om wat grappen en zelfreflectie. (Ik wens iedereen die het nodig heeft een goeie therapeut. Gewoon doen.) En stel mezelf een nieuw kleiner groot doel: naast meer lummelen, meer hummen door de regen. En na een flinke wandeling met slechts een ouderwets potje gewone spierpijn thuis kunnen komen.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *